Kalimantan, het vroegere Borneo, is het derde eiland qua grootte ter wereld en het dunstbevolkste deel van IndonesiŽ. Een nog groot deel van het eiland wordt bedekt met oerwoud. In de delta's van grote rivieren als de Mahakam wonen de Dayak-stammen, de vroegere koppensnellers. Een boottocht over de Mahakam mag dan ook als een waar hoogtepunt worden beschouwd. U vaart over de rivier en u aanschouwt het dagelijks leven van de locale bewoners aan en op het water: boeiend. Een ander fenomeen van Kalimantan vindt u op het water: de drijvende markt van Banjarmasin.

Het oerwoud

Het oerwoud wordt al sinds jaar en dag bedreigd door illegale houtkap en bosbranden. Toch is het tropisch regenwoud op vele plaatsen nog volop aanwezig. En die plekken kunt u bezoeken. De natuur van Kalimantan kent een exotische schoonheid. Er zijn weinig voorzieningen, met als gevolg dat er niet veel toeristen zijn. Veel dieren leven hoog boven de grond, bijna onzichtbaar tussen het dichte bladerdak. Felgekleurde ijsvogels, ibissen en neushoornvogels zwerven langs en over de rivieren. Het water barst van de meest uiteenlopende vis. In de benedenloop van de Mahakam-riviere, bij het merendistrict, leven kleine scholen zeldzame zoetwatervissen. In de mangrove-vloedbossen huist een bijzonder soort aap, alleen op Borneo aan te treffen: de neusaap. De neus van het mannetje kan wel 15 cm lang worden. Ook de orang-oetan komt nog voor op Borneo. U kunt deze prachtige dieren bezoeken in het orang-oetan opvangkamp bij Pankelanbun. Borneo kent een buitengewoon weelderige flora. Karakteristiek voor het kustgebied zijn mangrovebossen en palmen. U treft er ook de grootste bloem ter wereld aan, de Rafflesia, die een doorsnee van wel een meter bereikt. En de zwarte orchidee, aan de bovenloop van de Mahakam-rivier.

De bewoners

De verzamelnaam voor de oorspronkelijke bewoners van Kalimantan is: Dayaks. Er leven nu naast de Dayaks ook Maleiers, Chinezen, Javanen, Madurezen en Buginezen. Achter de verzamelnaam Dayak gaat een groot aantal volken en etnische groepen schuil, die in taalkundig en cultureel opzicht verschillen. De Dayak gingen ervan uit dat de natuurlijke omgeving bevolkt werd door geesten. Ze hadden het vermogen de geesterkracht van mensen, dieren en gewassen aan te tasten, met ziekte, dood of misoogst tot gevolg, wanneer die niet afdoende beschermd waren. Daarom plaatsten de Dayak afbeeldingen van beschermgeesten rond dorpen, velden en paden. De kunstenaar die een draak in hout uitsneed, creŽerde een verblijfplaats voor de ddraakgeest die hij tot leven wekte, terwijl hij zich tegelijkertijd onder de bescherming plaatste van de machtigste beschermgeest, de godin van de draak. De Dayak droegentalismans en decoreerden hun gebruiksvoorwerpen, kleding en zelfs hun huid (tatoeages). In vroeger tijden waren de Dayak koppensnellers. Het had een rituele betekenis. In het algemeen bevorderde het mensenoffer de voorspoed van het dorp. En door een kop te snellen betoonden jonge mannen hun moed en imponeerden ze zowel de jonge vrouwen als hun collega's.
De woningen van de Dayaks waren langhuizen: merkwaardig lange paalwoningen, waarin hele dorpen bijeen leefden (soms een paar gezinnen, maar ook wel een paar honderd mensen). De huizen, die soms wel een kilometer lang waren, boden een maximale beveiliging tegen aanvallen. Daarnaast garanderde ze een grote sociale intimiteit, hoewel alle huishoudens een eigen vertrek hadden.

Mannen en vrouwen versierden hun lichamen uitbundig met tatoeages, doorboorden hun oren en rekten de oorlellen uit om zoveel mogelijk ringen te kunnen dragen. De mannen brachten de beroemde penispen aan om de mogelijkheden van het geslachtsorgaan te vergroten. Het uitrekken van oorlellen met behulp van zware metalen ringen geldt niet meer als schoonheidsideaal. Vroeger werden de oorlellen van vrouwen al op jonge leeftijd doorboord en volgehangen. Volwassen vrouwen hadden soms wel honderd ringen.

Mahakam-rivier

De Mahakam-rivier is de belangrijkste waterweg in het centrale deel van Oost-Kalimantan. Tussen de oorsprong in het bergland en de delta aan de oostkust meet de rivier zo'n 700 tot 800 kilometer. Onderweg monden grote zijrivieren in de Mahakam uit. Om dit gebied te verkennen, gaat u aan boord van een rivierboot, met uw eigen gezelschap. Uw kapitein loodst u over de rivier; de kok zorgt in ander opzicht goed voor u.
U vaart stroomopwaarts over de Mahakamrivier. U kunt volop genieten van het dagelijks leven aan en op de rivier.
U kunt in Muara Muntai wandelen; de voetpaden zijn hier op palen gebouwd. Vervolgens vaart u door naar Mancong, waar u overstapt in een gemotoriseerde kano en over het Jemapngmeer vaart, vanaf de Ohongrivier heeft u mooie uitzichten. U arriveert in Mancong, waar u op traditionele wijze (dansvoorstelling) welkom wordt geheten. Terug naar uw houseboat.